The Four Tops – It’s the Same Old Song

Door Geert Simonis

Ik heb gisteren voor het eerst de was gedaan in een wasserette gelijk een grote jongen. Alles ging goed. Dat was eerder de verdienste van mijn wederhelft dan die van mij.

De wasmachine maakte loopings aan de lopende band gedurende vijfendertig minuten. Een dik half uur dat ik vulde met de Humo van deze week. Toen ik het interview met Aloe Blacc las, verscheen wonder boven wonder I need a dollar van Aloe Blacc op de radio. Een lied dat mij vooralsnog weinig zegt maar wel een mooi toeval.

In het interview praat Aloe – zo heet geen christenmens – over wat echte soul is. Hij definieert dat als “songs die ongelofelijk swingden” “over ongemakkelijke thema’s.” Ik definieer echte soul tegenwoordig als It’s the Same Old Song van the Four Tops.

Een nummer dat aan de lopende band loopings maakt in mijn hart. Volgens de legende is het geschreven, opgenomen en uitgebracht binnen de vierentwintig uur. Het muzikale equivalent van fast food en toch stilt het de honger.

It’s the Same Old Song dankt zijn titel aan het feit dat de melodie en het akkoordenschema nogal lijken op op die van I Can’t Help Myself (Suger Pie Honey Bunch), de vorige single van the Four Tops. Dubbel ironisch is dat ik bij de intro van It’s the Same Old Song altijd een halve seconde denk dat ik luister naar Under My Thumb van the Rolling Stones, dat een klein jaar jonger is.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Tina Turner – Goldeneye

Door Geert Simonis

Een verdwaalde zondagmorgen, café Het Anker. De hoekzetel, een Duveltje. Joe FM, Goldeneye van Tina Turner. De titelsong van de gelijknamige film, de eerste James Bondfilm die ik in de cinema zag. Hopeloos onder de indruk stak ik achteraf mijn duim ter goedkeuring omhoog naar de projectionist. Zijn antwoord is verloren gelopen in de grotten van mijn geheugen.

Tegenover mij in Het Anker zit een man aan de toog. Een vage snor, zuinige slokjes van zijn derde pint. Sigaret zonder filter, blik zonder uitzicht. Even had hij een gesprekspartner, toen reed die weg op een damesfiets met fluo accenten die pijn deden aan de ogen. Zou de man Goldeneye ooit gezien hebben? Pierce Brosnan aangemoedigd? Gegeild op Famke Janssen?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ugly Kid Joe – Cat’s in the Cradle

Door Geert Simonis

Serendipity is zo’n moeilijk woord dat ik opgelucht ademhaal elke keer het zonder fout op mijn papier of beeldscherm prijkt. Plezier putten uit de kleine genoegens des levens die onverwacht om de hoek piepen. Dat je een steentje in je schoen voelt zitten, dat het een diamant blijkt te zijn als je neerploft op het bankje. Serendipity vertalen als “een mooi toeval” is lichtjes fout maar toch.

Een lied ontdekken door toevallig over de muziekzenders te surfen, dat is een mooi toeval. Het is mij twee keer overkomen, een kleine tien jaar geleden. In die tijd zonden muziekzenders nog muziek uit. Het eerste was Lump van the Presidents of the United States of America. Een liedje met een laag soortelijk gewicht maar met een hoge funfactor. Wegwerpop van de bovenste plank. Zet het op en ik begin meteen te dansen. Maar eerst de stoelen aan de kant zetten en de buren waarschuwen.

Het andere liedje was Cat’s in the Cradle van Ugly Kid Joe. Ik weet niet veel over Ugly Kid Joe en ik heb het allemaal op Wikipedia geleerd. Dat de naam een omkering is van de glammetalband Pretty Boy Floyd. Dat hun versie van Cat’s in the Cradle op downloadnetwerken soms aan Guns N’ Roses wordt toegeschreven. Hun versie ja, een cover dus. Het origineel van Harry Chapin heb ik nooit gehoord.

Het lied vertelt over een vader die het zo druk heeft met zijn werk dat hij zijn kind niet ziet opgroeien. “There were planes to catch and bills to pay / He learned to walk while I was away.” Als vader uitbolt richting pensioen heeft de zoon het natuurlijk te druk. “Son, I’m proud of you, can you sit for a while? / He shook his head and said with a smile / What I’d really like, Dad, is to borrow the car keys.” Een zeer moralistisch boontje komt om zijn loontje.

Bruno Wyndaele zei ooit iets soortgelijks in Humo. Dat alle vaders aan het eind van hun leven spijt hebben dat ze hun kinderen niet hebben zien opgroeien. Dat hij niet begreep waarom mannen niet gewaarschuwd werden bij de geboorte van hun eerste kind. Mijn vader was zeker geen afwezige tijdens mijn jeugd. Maar toen mijn twintig jaar jonger halfzusje kwam, is hij halftijds gaan werken. Ik gun het hem – én haar – van harte

Ik zie mijn vader minder vaak dan ik zou willen. “But it’s sure nice talking to you, Dad.” Zaterdagochtend stond er een bord voor mij op zijn ontbijttafel. Achteraf ging ik douchen en trok ter muzikale begeleiding een compilatie van Johnny Cash uit het cd-rek. Toen ik de kraan dicht draaide, baste the man in black zich doorheen Cat’s in the Cradle. Na de eerste strofe stond het water mij aan de lippen. Na de tweede strofe stonden de tranen mij in de ogen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kylie Minogue – Can’t Get You Out Of My Head

Geen Bauhaus dus.

Door Geert Simonis

Opgelet: dit is een ongelofelijk chaotische aflevering van Dansen over architectuur. In die zin heeft het meer van doen met het Dansende Huis in Praag dan met all things strakheid à la Bauhaus of Art Deco.

Ik speel enorm graag met Kleine Zus haar trein van Duplo. Met dit weer beschikt haar zwembadje echter over extra troeven van doorslaggevend belang. Zo meteen maak ik een fles wodka soldaat en ga ik dobberen in het frisse nat. Mensen zullen elkaar aanstoten en over mij fluisteren dat ik een nihilist ben. Een prima manier om de Vlaamse feestdag door te brengen. Een even prima optie is de vierende gouw ontvluchten. Begrijp me niet verkeerd: ik heb niets tegen Vlaanderen. Ik heb gewoon meer voor België.

Alzo stak ik vanmorgen de Nederlandse grens over achter het stuur van Daddy’s Skoda. Een roadtrip met de Daddy in kwestie en de eerder vermelde Kleine Zus. Limburg ligt ver van overal maar dicht bij Nederland. Soms is dat een voordeel. Reisdoel was een obscure natuurcamping bij Weert. Dat is nog iets anders dan een naturistencamping. Aldaar hadden enige vrienden en schoonfamilieleden van Daddy asiel aangevraagd voor de duur van Bospop, de lokale hoogmis van de classic rock.

Dat dergelijke gelovigen gezamenlijk tot hun goden willen bidden, daar heb ik alle begrip voor. Dat ze dat in het buitenland doen, is zuivere logica in tijden dat fucking Arid het meest classic is dat  TW Classic zal teisteren. Alzo zaten we in de bakkende zon Corona te lullen, te drinken over Crosby, Stills & Nash versus Neil Young en andere existentiële kwesties. Op de terugweg verscheen Kylie Minogue uit de autoradio terwijl Kleine Zus haar roes uitsliep. Can’t Get You Out Of My Head uiteraard. Binnen enkele tellen waren Daddy en ik een la-la-lallend achtergrondkoortje. Het axioma waar ik naartoe wil: Kylie Minogue is overal.

Wat ik als tienneezjer miste aan sociale vaardigheden en culturele coolheid compenseerde ik met ongebreideld snokken in de driehoek tussen internet, P-Magazine en videoclips. Can’t Get You Out Of My Head is in die tijden plenty van pas gekomen. Net als alle andere clipjes van Kylie. Maar Head toch net iets meer. Omdat het ook meer te bieden heeft. Het is een goed lied. Voor alle duidelijkheid: ik heb geen albums of singels van Kylie in huis, legale noch illegale mp3’s. Maar ik heb altijd beseft dat Head kwaliteit is, hoewel pakweg het arrangement niet helemaal in mijn smaak valt. Head is het soort lied waar de wei van Blues Peer voor plat gaat als John Lee Hooker het krast op een gitaar van drie dollar en vijfenzeventig cent.

Afgelopen semester volgde ik het vak Cultuursemiotiek. Op een gegeven moment had de prof  geen tijd om les te geven, geen zin om les te geven of belangrijker zaken aan zijn hoofd. Een assistente van hem kwam af met een gastcollege over beeldvorming in videoclips. Haar uiterst wankele stelling was dat ze tegenwoordig meer dienen om het imago van een artiest te verkopen dan om de muziek aan de man te brengen. Ze illustreerde dat met Can’t Get You Out Of My Head, ze deed Kylie een groot onrecht aan.

Akkoord, er wordt gedanst in die clip. Maar niet door schaarsgeklede r&b-deernes met ranzige konten. Wel door mannen met plastrons en lampekapjes. Akkoord, Kylie is on-ge-lo-fe-lijk sexy in die clip. Maar niet door sletterig, al te sletterig zo veel mogelijk vlees te flashen. Wel door de aloude stelling te volgen dat erotiek draait om wat je niet toont. Can’t Get You Out Of My Head is popmuziek, oppervlakkig én fun maar heeft genoeg klasse om de beperkingen daarvan te overstijgen richting werelderfgoed. I should be so lucky.

Waar staat de wodka nu weer?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ann Christy – Zoals een mooi verhaal

Mijn eerste eerste kus kreeg ik van Jeroen of Maarten, zo’n week nadat ik hen leerde kennen. Nele en Tiny volgden al snel. Jochen moest enigszins ontdooien, maar zou later misschien wel de de meest trouwe kusser blijken. Enkel Inge bleef wat terughoudend.

Luk was dan weer het selectiefst. Hij kuste niet zomaar iedereen, maar als hij het deed, betekende het ook wat en wist je dat hij er niet zo gauw mee zou ophouden. We verloren elkaar wat uit het oog, maar telkens ik hem de voorbije jaren opnieuw zag, was er weer die hartelijke blijk van waardering.

Mijn laatste kus kreeg ik van Alexander. Een beetje onverwacht, maar daarom niet minder belangrijk. “Dank je om te komen”, zei hij. “Hoe was het, zo’n tweede keer?”. “Fantastisch”, zei ik, met een verlegen oog op mijn vader.

Een mens zou die kussen na 10 jaar niet meer zo belangrijk mogen vinden. Je zou mogen weten dat je erbij hoort. Koen en Stijn, die kusten je zelfs zonder dat ze zeker wisten of je er echt bijhoorde, dus waar lig je nog van wakker?

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Boards of Canada – Dayvan Cowboy

Door de winterse kou wandelend, met Boards Of Canada’s The Campfire Headphase tussen de oren, verscheen halverwege “Dayvan Cowboy” opeens het Dansende Meisje voor ons geestesoog. Jaren geleden, tijdens een laat en somber gesprek aan een toog, zei onze gesprekspartner plots resoluut: “Ik ga wat dansen”. Ze zette haar glas weg, en wandelde met de sigaret in de hand naar de lege dansvloer. Terwijl Robert Smith vrolijk iets droevig zong — zoals alleen hij dat kan — begon ze langzaam maar gedecideerd te bewegen.

Met haar rug naar de rest van het café, danste ze half ineengedoken op een bijna donkere dansvloer. De schouders wiegden zacht op en neer, haar voeten maakten halve danspasjes en ze draaide net-niet rondjes. Haar hoofd zakte bij elke pas wat dieper tussen de schouders en af en toe gingen de armen half de hoogte in. Dat alles traag en precies alsof het een duidelijk ingestudeerde choreografie was.

Het soort choreografie waarover danscritici schrijven dat ze de existentiële angsten belichaamt. Het meisje danste rustig verder, liet Robert Smith zijn en haar demonen bezweren en keerde terug naar haar glas, maar met een glimlach die ze eerder die avond niet over haar lippen kreeg.

Mooi, pijnlijk droevig, om te huilen en te lachen tegelijk. Boards Of Canada klinkt als het Dansende Meisje.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Ryan Adams – Political Scientist

W. had een tepelpiercing waarvan ik niet wist of ik hem ooit te zien zou krijgen, en paarse dreadlocks. Ze kende een meisje dat vermoord is. Af en toe sliep ze in een kraakpand, maar veel vaker nog thuis bij haar moeder en haar zus en uitzonderlijk eens een keer bij mij. Bij mij op de bovenste verdieping was het klein en drukkend warm, dus stonden we vaak samen uit te waaien op het gigantische terras waarlangs je naar de kamers kon van mijn luidruchtige buren die eigenlijk best vriendelijk waren.

Hoe het allemaal begonnen is, kan ik moeilijk zeggen. Op een dag stond ze gewoon bij mij voor de deur, als een prijs van een wedstrijd waarvan ik vergeten was dat ik eraan had meegedaan. We dronken iets en praatten een beetje over onszelf. Tussendoor ging ik zout stelen uit een van de keukenkastjes, want dat had ze nodig om haar piercing te verzorgen. Hoe zoiets precies in zijn werk gaat weet ik nog altijd niet.Terwijl zij een dutje deed, ging ik naar de Franse les en toen ik terugkwam lag ze daar nog steeds. Ze vroeg of ze misschien een tijdje kon blijven.

De eerste maand was de maand waarin Love is hell, pt. 1 van Ryan Adams uitkwam. Ik draaide die ep de hele tijd en het viel mee dat zij daar niets op tegen had. Integendeel, ze vond de muziek mooi, erg mooi zelfs. Alleen dat eerste nummer, dat kon ze niet verdragen. Misschien was het hoe ze met haar ogen rolde bij de zin “the government supplies the cocaine”. Misschien was het de titel, Political scientist, en dat de universiteit papieren had waarop stond dat dat was wat zij wilde worden. Ze verafschuwde papieren. Papieren hadden geen enkele betekenis voor haar. Als ze kon, zou ze de hare meteen hebben weggegeven aan één van de sans-papiers waarvoor ze zo dikwijls ging koken.

En zo kwam het dat ik, terwijl zij in ondergoed op het bed zat (op klaarlichte dag maar met de gordijnen nog dicht), elke keer heel onopvallend naar de cd-speler liep om Love is hell, pt. 1 te laten beginnen met het tweede nummer. Geen Political scientist voor ons. Ik was ervan overtuigd dat ik dat heel subtiel deed, want ze heeft er nooit wat van gezegd. Tot op het moment waarop we afscheid namen. Ze had het wel gemerkt, zei ze, en dat ze niet begreep waarom ik zelfs in kleine dingen zoveel moeite voor haar deed.

Ze had grote idealen, W., en ik had er kleine. Zij wou Goede Dingen Doen, alleen maar Goede Dingen Doen en al het kleinburgerlijke en banale moest daarvoor wijken. Ze dacht veel na over hoe ze later absoluut niet wilde worden. Bij mij zou ze rustiger worden en leren tevreden zijn met kleine dingen, dus na de derde maand ging ze weer weg.

Ik heb geen idee waar ze nu is of hoe het met haar gaat, mijn roodharige, veganistische kraakmeisje. Heel af en toe luister ik nog naar Love is hell, pt. 1, maar dan doe ik dat zoals het hoort: zonder Political scientist. Het is het enige dat ik nog van haar heb, mag ik verdomme misschien?

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen